ECLI:NL:RBROT:2022:10001
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling AVG-verzoek inzake persoonsgegevens bij FIOD en toepassing Wpg
Eiser verzocht de FIOD om inzage in zijn persoonsgegevens op grond van de AVG. Verweerder stelde bij besluit vast dat de FIOD geen persoonsgegevens van eiser verwerkt die onder de AVG vallen, maar wel onder de Wet politiegegevens (Wpg). Eiser kreeg inzage in deze Wpg-gegevens. Bij het bestreden besluit werd het bezwaar van eiser tegen deze vaststelling ongegrond verklaard.
Eiser stelde dat gegevens die met het Regionaal Informatie en Expertise Centrum (RIEC) werden gedeeld niet langer als politiegegevens konden worden aangemerkt en daarom onder de AVG vielen. De rechtbank oordeelde dat het delen van gegevens binnen het RIEC valt binnen de politietaak en de Wpg, zodat deze gegevens niet onder de AVG vallen.
Verder wees de rechtbank erop dat eiser onvoldoende concrete feiten had aangedragen om aan te tonen dat de FIOD meer persoonsgegevens verwerkt dan reeds ter inzage gesteld. Ook het beroep op een beschikking van de rechter-commissaris en het feit dat eiser in een frauderegister staat, leidde niet tot een andere conclusie.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een dwangsom af. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat de FIOD geen persoonsgegevens verwerkt die onder de AVG vallen.