Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 maart 2021 in de zaak tussen
[naam eiser], te [woonplaats eiser], eiser,
de Minister van Financiën,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Rotterdam
Eiser heeft bij de Fiscale Inlichtingen- en OpsporingsDienst (FIOD) een verzoek ingediend om inzage te krijgen in zijn persoonsgegevens die door de FIOD worden verwerkt. De FIOD heeft op grond van de Wet politiegegevens (Wpg) aan eiser inzage verleend op 3 september 2019. Eiser stelt echter dat niet alle documenten met zijn persoonsgegevens zijn verstrekt, met name documenten over een onderzoek naar hem en een aangifte.
De rechtbank overweegt dat de processen-verbaal waarop eiser zich beroept, betrekking hebben op vorderingen van de officier van justitie aan de Belastingdienst en niet aan de FIOD zelf. De FIOD heeft slechts een postbusfunctie vervuld en beschikt niet over de gevorderde documenten. Eiser heeft onvoldoende concrete feiten aangevoerd om te betogen dat de FIOD documenten achterhoudt.
Ook de stelling dat de politie documenten aan de FIOD heeft verstrekt waarover eiser geen inzage heeft gekregen, wordt verworpen. De rechtbank acht de toelichting van verweerder dat de FIOD deze documenten niet bezit, niet ongeloofwaardig. Verder worden de overige beroepsgronden, waaronder schending van motiverings-, zorgvuldigheids- en evenredigheidsbeginselen, afgewezen.
Ten slotte wordt een niet nader toegelichte klacht over schending van artikel 6 en Pro 3 EVRM buiten beschouwing gelaten. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand. Er worden geen proceskosten toegekend en geen dwangsom opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.