ECLI:NL:RBROT:2022:10515
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag NOW-4 wegens ontbreken loonaangifte op peildatum
Eiseres diende op 31 augustus 2021 een aanvraag in voor een tegemoetkoming op grond van de NOW-4. Verweerder wees deze aanvraag af omdat op de peildatum 15 april 2021 geen loonaangifte over februari 2021 was gedaan, waardoor geen loonkosten bekend waren. Eiseres stelde dat zij door corona-omstandigheden niet tijdig kon aangifte doen en dat artikel 8, zesde lid, NOW-4 buiten toepassing moest worden gelaten op grond van het evenredigheidsbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat de NOW-4 geen hardheidsclausule bevat en dat er geen ruimte is om af te wijken van de peildatum. Eiseres had zes weken de tijd om de aangifte te doen en had geen uitstel aangevraagd. Haar beroep op overmacht werd niet onderbouwd met stukken. De rechtbank voerde een terughoudende toets uit en concludeerde dat het artikel niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel of andere algemene rechtsbeginselen.
De afwijzing van de aanvraag werd niet als onevenredig beoordeeld omdat het doel van de regeling het voorkomen van fraude en misbruik is. Eiseres draagt zelf de verantwoordelijkheid voor tijdige aangifte. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar NOW-4 aanvraag wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een tijdige loonaangifte op de peildatum.