Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
- [gedaagde01] te veroordelen aan haar te betalen € 1.777,85 met rente;
- [gedaagde01] te veroordelen in de proceskosten;
- het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Rechtbank Rotterdam
Het CAK heeft executoriaal derdenbeslag gelegd op de inkomsten van [naam03], die in dienst is bij [gedaagde01]. Op grond van artikel 476a lid 1 Rv was [gedaagde01] verplicht binnen twee weken na het beslag een verklaring af te leggen over de vorderingen en zaken die door het beslag zijn getroffen. Deze verklaring is niet gedaan, ondanks sommatiebrieven van het CAK.
Het CAK vordert betaling van de hoofdsom van €1.504,74, buitengerechtelijke incassokosten van €273,11 en rente. [gedaagde01] voert aan dat er meerdere beslagleggingen zijn en dat het niet mogelijk is aan alle verzoeken te voldoen vanwege de beslagvrije voet, maar wil alsnog meewerken.
De kantonrechter oordeelt dat het niet doen van de verklaring leidt tot aansprakelijkheid van [gedaagde01] voor het bedrag waarvoor beslag is gelegd, conform artikel 477a lid 1 Rv. De vordering tot betaling van de hoofdsom en incassokosten wordt toegewezen. De rente over de hoofdsom wordt toegekend, maar niet over de incassokosten. [gedaagde01] wordt veroordeeld in de proceskosten van €869,83. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: [gedaagde01] wordt veroordeeld tot betaling van €1.777,85 aan het CAK wegens niet doen van verklaring na derdenbeslag.