ECLI:NL:RBROT:2022:1098
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Waardering bovenwoning WOZ: eigen verkoopprijs als juiste waarde bevestigd
Eiseres betwist de WOZ-waarde van haar bovenwoning in Rotterdam, vastgesteld op €404.000,-, en stelt dat deze te hoog is en het gelijkheidsbeginsel, het verbod van willekeur en het vertrouwensbeginsel zijn geschonden. Zij stelt dat de waarde €321.000,- zou moeten zijn, mede gebaseerd op lagere WOZ-waarden van vergelijkbare woningen.
De rechtbank stelt vast dat de waarde is gebaseerd op de marktconforme verkoopprijs van de woning op 31 oktober 2018, die is geïndexeerd naar de waardepeildatum 1 januari 2019. Verweerder heeft aannemelijk gemaakt dat deze waarde niet te hoog is vastgesteld. De verschillen met andere woningen zijn voldoende onderbouwd, waardoor geen sprake is van schending van het gelijkheidsbeginsel of de meerderheidsregel.
De rechtbank oordeelt verder dat het vertrouwensbeginsel niet is geschonden omdat de waarderingsmethode vrij is en de toelichting in het taxatieverslag geen bindende toezegging inhoudt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €404.000,- blijft gehandhaafd.