ECLI:NL:GHDHA:2023:1123
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning op basis van eigen verkoopcijfer zonder schending gelijkheidsbeginsel
Belanghebbende is eigenaar van een bovenwoning die op basis van artikel 22 Wet Pro WOZ voor het kalenderjaar 2020 gewaardeerd is op €404.000. Tegen deze beschikking en de daarop gebaseerde aanslag is bezwaar en beroep ingesteld, welke door de Rechtbank ongegrond werden verklaard. Belanghebbende stelde hoger beroep in bij het Gerechtshof.
De Heffingsambtenaar onderbouwde de vastgestelde WOZ-waarde met het eigen verkoopcijfer van €402.555, geïndexeerd naar de waardepeildatum 1 januari 2019. Het Hof oordeelde dat dit verkoopcijfer marktconform is en daarom maatgevend voor de WOZ-waarde. Belanghebbende voerde aan dat het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel zijn geschonden omdat bij andere woningen modelmatige waardebepaling is toegepast en bij deze woning niet.
Het Hof stelde vast dat de WOZ-waarde van buurwoningen niet relevant is voor dit geschil en dat het enkele feit dat de waardebepaling niet modelmatig is uitgevoerd, geen schending van het gelijkheidsbeginsel oplevert. Ook het beroep op de meerderheidsregel faalde omdat slechts één vergelijkbaar geval werd aangedragen. Het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat het taxatieverslag geen bindende toezegging bevat dat altijd modelmatig wordt gewaardeerd.
Het Hof concludeerde dat de Heffingsambtenaar aan zijn bewijslast heeft voldaan en dat het beroep ongegrond is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak van de Rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de WOZ-waarde van €404.000 en verklaart het hoger beroep ongegrond.