In deze civiele arbeidsrechtelijke procedure staat centraal welke werkzaamheden eiser vanaf 1996 tot 2013 voor Matrans heeft verricht, met het oog op een arbeidsongeval en de daaruit voortvloeiende gezondheidsklachten. De kantonrechter heeft vastgesteld dat het niet mogelijk is om de werkweek tot in detail te reconstrueren, maar wel dat in grote lijnen kan worden vastgesteld wat eiser deed, hoe vaak en op welke wijze.
De werkzaamheden bestonden onder meer uit het sjorren van stukgoed en breakbulk, heftruck rijden, losmaken van lading, containers ompakken, assisteren van de douane, stackerdraaien, systeem-sjorren, afdekken met zeil, verzamelen van sjormaterialen en magazijnbeheer. Partijen waren het over veel punten eens, zoals de gebruikte materialen, de frequentie en de zwaarte van de werkzaamheden, hoewel op sommige details verschillen bestonden.
De kantonrechter heeft de stellingen van partijen gewogen en waar nodig aannames gemaakt, bijvoorbeeld omtrent de frequentie van het bouwen van een bedding en de duur van heftruckgebruik. Nieuwe argumenten van gedaagde over administratieve taken en wachttijd werden buiten beschouwing gelaten vanwege het late tijdstip van aanvoeren.
Ten aanzien van het causale verband tussen de werkzaamheden en de gezondheidsproblemen van eiser is vastgesteld dat hierover verschil van mening bestaat. Daarom wordt de zaak verwezen naar een rolzitting waar partijen gezamenlijk een deskundige kunnen benoemen en vragen kunnen formuleren. De beslissing over de verdere procedure wordt aangehouden tot na deze stappen.