ECLI:NL:CBB:2013:BZ6866
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- W.A.J. van Lierop
- M.A. van der Ham
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete en last onder dwangsom wegens overtreding Wet toezicht trustkantoren
Van Baerle Trust Company B.V. kreeg van De Nederlandsche Bank (DNB) een last onder dwangsom en een bestuurlijke boete opgelegd wegens het niet voldoen aan de regels uit de Wet toezicht trustkantoren (Wtt) en de Regeling integere bedrijfsvoering (Rib). De overtredingen betroffen het niet tijdig en volledig vastleggen van gegevens over uiteindelijk belanghebbenden en andere verplichte informatie in cliëntacceptatiedossiers.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van Van Baerle deels gegrond door enkele lastonderdelen te vernietigen, maar handhaafde de bestuurlijke boete. Zowel DNB als Van Baerle gingen in hoger beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. DNB stelde onder meer dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat een cautie had moeten worden gegeven tijdens een toezichtbezoek, terwijl Van Baerle meerdere grieven aanvoerde over de bewijsvoering, de wettelijke grondslag, de duidelijkheid van de regels en de hoogte van de boete.
Het College oordeelde dat DNB terecht geen cautie hoefde te geven omdat het toezichtbezoek niet gericht was op het opleggen van een boete, maar op het vaststellen van de bedrijfsvoering. De boeteoplegging was gegrond, maar het College matigde de boete met 10% wegens overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep. Verder werd bevestigd dat de Rib een geldige wettelijke grondslag vormt voor de opgelegde sancties en dat Van Baerle onvoldoende bewijs leverde dat zij aan haar verplichtingen had voldaan.
Ten slotte veroordeelde het College DNB tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan Van Baerle. De uitspraak bevestigt het belang van zorgvuldige naleving van de Wtt en Rib door trustkantoren en de rol van DNB als toezichthouder.
Uitkomst: De bestuurlijke boete aan Van Baerle Trust Company B.V. wordt verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn, overige besluiten worden bevestigd.