ECLI:NL:RBROT:2022:118
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking bijstand wegens niet inleveren bankafschriften
Verzoekster ontving sinds 28 juni 2021 een bijstandsuitkering die per 28 juni 2021 is ingetrokken vanwege het niet inleveren van gevraagde bankafschriften of een bewijs van opheffing van een Duitse bankrekening. Verzoekster stelde dat zij de stukken niet kon verkrijgen en dat het besluit in strijd was met het zorgvuldigheids-, motiverings- en evenredigheidsbeginsel.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster niet aannemelijk had gemaakt dat haar geen verwijt kon worden gemaakt van het niet inleveren van de stukken. De rechtbank wees erop dat contact met de bank mogelijk is en dat verzoekster, eventueel met hulp, alsnog de stukken kan proberen te verkrijgen. Het beroep op artikel 16 Pw Pro, dat bijstand kan verlenen bij dringende redenen, faalde omdat verzoekster niet was uitgesloten van de kring van rechthebbenden.
Het bestreden besluit was zorgvuldig voorbereid, voldoende gemotiveerd en niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel. Verweerder was bevoegd de bijstand in te trekken wegens schending van de inlichtingenplicht. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de bijstand wordt afgewezen.