Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 21 december 2023 in de zaak tussen
[Eiseres], gevestigd in [plaats], eiseres
De Nederlandsche Bank N.V., verweerster (DNB)
Inleiding
Feiten en totstandkoming van het besluit
-systeem zijn beoordeeld en er zijn twintig cliëntdossiers inclusief het cliëntacceptatie- en cliëntmonitoringsproces beoordeeld. Op 6 juli 2018 heeft DNB een (definitief) onderzoeksrapport opgesteld en op 10 januari 2019 een boeterapport.
Beoordeling door de rechtbank
Overigens is de SIRA geen voorwaarde voor het verkrijgen van een afwikkelvergunning, zodat de verlening van die vergunning op dit punt niet relevant is. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet.
verhoogdeernst van de overtredingen aan te nemen met betrekking tot de bestuurlijke boetes voor overtreding van de artikelen 3 en 8 van de Wwft. Hoewel de wet in dit kader weinig ruimte geeft om onderscheid te maken in soorten betaaldienstverlener, acht de rechtbank gelet op de door eiseres geschetste omstandigheden de poortwachtersrol voor haar door DNB te zwaar aangezet. De rechtbank neemt daartoe het volgende in aanmerking.
Bij een beperkte overschrijding van deze termijn ligt dit in beginsel niet in de rede. In dit geval is de termijn van dertien weken aangevangen na de dagtekening van het boeterapport van 10 januari 2019. Daarvan uitgaande heeft DNB de termijn van dertien weken met het boetebesluit van 9 juli 2020 fors (met 1 jaar en 3 maanden) overschreden. Deze termijn staat los van de overschrijding van de redelijke termijn die (grotendeels) op een andere periode ziet. Eiseres is (te) lang in het ongewisse gelaten of een boete zou worden opgelegd. Gelet hierop is een matiging van de boete met 5% naar het oordeel van de rechtbank aangewezen, zodat het bedrag voor de boetes voor overtreding van artikel 3 en Pro 8 van de Wwft op € 451.250,- elk uitkomt. De boete voor overtreding van artikel 10b van de Sw wordt dan
€ 9.025,-.
verhoogdeernst van de overtreding aan te nemen. De ernst van de overtreding van deze artikelen komt naar het oordeel van de rechtbank op zichzelf al voldoende tot uitdrukking in een boete ter hoogte van het basisbedrag.