ECLI:NL:RBROT:2022:12294

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
21 november 2022
Publicatiedatum
8 mei 2024
Zaaknummer
ROT 21/960, ROT 22/945 en ROT 22/1580
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzetten niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht bij openbaarmakingsverzoeken

Opposant heeft meerdere verzoeken gedaan om openbaarmaking en inzage, waarop de minister van Justitie en Veiligheid beslissingen op bezwaar heeft genomen. Tegen deze besluiten heeft opposant beroep ingesteld, dat door de rechtbank Rotterdam niet-ontvankelijk werd verklaard in uitspraken van maart, september en september 2022.

Tegen deze uitspraken heeft opposant verzet gedaan. De verzetrechter heeft zonder zitting uitspraak gedaan en verwijst voor de motivering naar eerdere rechtspraak waarin opposant zich schuldig heeft gemaakt aan misbruik van recht. Tevens is ambtshalve bekend dat opposant zonder toestemming geluidsopnamen maakte tijdens een zitting, wat aanleiding geeft tot het niet-ontvankelijk verklaren van het verzet.

De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken waarin misbruik van recht door opposant is vastgesteld en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De verzetten worden derhalve niet-ontvankelijk verklaard en de uitspraak is in het openbaar gedaan op 21 november 2022.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de verzetten niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummers: ROT 21/960 ROT 22/945 en ROT 22/1580
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 november 2022 als bedoeld in artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht op de verzetten van

[Naam], te [Plaats], opposant,

tegen de uitspraken van de rechtbank van 10 maart 2022 (ECLI:NL:RBROT:2022:1711),
1 september 2022 (ECLI:NL:RBROT:2022:7338) en 15 september 2022 (ECLI:NL:RBROT:2022:7979) inzake besluiten omtrent openbaarmakings- en inzageverzoeken.

Inleiding

1. Bij besluiten van 15 februari 2021, 15 februari 2022 en 22 maart 2022 heeft de minister van Justitie en Veiligheid beslissingen op bezwaar genomen ten aanzien van verzoeken van opposant om openbaarmaking en inzage.
2. Opposant heeft tegen deze besluiten beroep ingesteld.
3. De rechtbank heeft op 10 maart 2022, 1 september 2022 en 15 september 2022 bij uitspraken als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) deze beroepen niet-ontvankelijk verklaard.
4. Opposant heeft tegen deze uitspraken verzet gedaan.

Overwegingen

5. De verzetrechter doet uitspraak zonder zitting. Voor de motivering wijst de verzetrechter op eerdere rechtspraak waarbij opposant partij was (ECLI:NL:CRVB:2022:105 en ECLI:NL:RBROT:2020:9821). Voorts merkt de verzetrechter op dat hij ambtshalve bekend is met de schorsing van het onderzoek ter zitting op 14 oktober 2022 in een andere zaak van opposant, omdat opposant zonder toestemming geluidsopnamen maakte tijdens de zitting.
6. De verzetrechter ziet aanleiding de verzetten niet-ontvankelijk te verklaren omdat opposant zich ook met het doen van verzet schuldig maakt aan misbruik van recht (vgl. ECLI:NL:RBROT:2020:9821). De verzetrechter volstaat met een verwijzing naar eerdere rechtspraak tussen partijen waarin eerder is geoordeeld dat opposant zich schuldig maakt aan misbruik van recht (bijv. ECLI:NL:RBROT:2017:6912 en ECLI:NL:RBROT:2022:9843).
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de verzetten niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Bedee, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Stijnen, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 21 november 2022.
De griffier en de rechter zijn verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.