Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..[gedaagde 1] ,
1..[gedaagde 1] ,
1..Het verdere verloop van de procedure
- het vonnis in het incident in de zin van artikel 223 Rv Pro en in de hoofdzaak van 19 februari 2021 en de daaraan ten grondslag liggende processtukken;
- het vonnis in het incident tot tussenkomst van 9 juli 2021 en de daaraan ten grondslag liggende processtukken;
- de conclusie van eis in de zaak na tussenkomst aan de zijde van [eiser 2] , met producties;
- de conclusie van antwoord in de zaak na tussenkomst aan de zijde van [gedaagden] tevens eis in voorwaardelijke reconventie, met producties;
- het tussenvonnis van 2 september 2021, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald;
- de conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie aan de zijde van [eiser 1] in de hoofdzaak en aan de zijde van [eiser 2] in de zaak na tussenkomst;
- de antwoordakte op vermeerdering van eis in de hoofdzaak aan de zijde van [gedaagden]
- de op 8 november 2021 gehouden mondelinge behandeling, waarvan door de griffier aantekening is gehouden;
- de akte overleggen producties van [eiser 1] en [eiser 2] van 25 november 2021, met producties;
- de akte uitlaten tevens akte overlegging nadere producties van [eiser 1] en [eiser 2] van 23 december 2021, met producties;
- de antwoordakte op akte overleggen producties en akte naar aanleiding van comparitie van [gedaagden] van 23 december 2021, met producties.