Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het procesverloop
- het verzoekschrift ex artikel 7:671b lid 1 sub a jo. 7:669 lid 3 sub g BW, met een productie, per e-mail ontvangen op de griffie op 18 februari 2022;
- het verweerschrift ex artikel 7:671b BW.
Rechtbank Rotterdam
De Stichting Pameijer verzocht de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerder] vanwege een verstoorde arbeidsverhouding die een vruchtbare samenwerking onmogelijk maakt. Pameijer stelde dat herplaatsing binnen de organisatie niet mogelijk was en dat toekenning van een transitievergoeding niet redelijk was, omdat de werknemer al gecompenseerd was via een afvloeiingsregeling.
[Verweerder] verzette zich primair tegen de ontbinding, maar erkende de verstoorde arbeidsverhouding en het ontbreken van herplaatsingsmogelijkheden. Hij gaf aan dat hij al geruime tijd was vrijgesteld van werk, waardoor geen aanleiding bestond voor een transitievergoeding.
De kantonrechter oordeelde dat de ontbinding op grond van artikel 7:671b lid 1 sub a jo. 7:669 lid 3 sub g BW gerechtvaardigd was, omdat er een redelijke grond bestond en herplaatsing niet mogelijk was. Er was geen opzegverbod van toepassing, ondanks de arbeidsongeschiktheid van [verweerder]. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden per 1 mei 2022, zonder toekenning van een transitievergoeding. Proceskosten werden door partijen zelf gedragen.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 mei 2022 zonder toekenning van transitievergoeding.