ECLI:NL:RBROT:2022:158
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid ondanks psychische beperkingen
Eiser, voormalig logistiek planner, meldde zich in juni 2017 ziek vanwege psychische klachten en vroeg in augustus 2020 een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde de arbeidsongeschiktheid vast op 34,82%, net onder de grens van 35% voor een uitkering, en wees de aanvraag af. Eiser maakte bezwaar en stelde dat zijn medische situatie ernstiger was en dat hij volledig arbeidsongeschikt is.
De rechtbank beoordeelde de zorgvuldigheid van de medische rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen. Deze rapporten voldeden aan de vereiste zorgvuldigheid, waren consistent en begrijpelijk. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had aanvullende medische informatie opgevraagd en de functionele mogelijkhedenlijst (FML) aangepast met extra beperkingen, maar concludeerde dat deze niet leidden tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid.
De arbeidsdeskundige bevestigde dat eiser geschikt is voor drie functies met een verdiencapaciteit van 65,18% van zijn oude loon. Eiser voerde aan dat hij slechts 26 uur vrijwilligerswerk kan verrichten, maar kon dit niet medisch onderbouwen als reden voor een urenbeperking. De rechtbank concludeerde dat het UWV terecht heeft geoordeeld dat eiser niet arbeidsongeschikt genoeg is voor een WIA-uitkering en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.