ECLI:NL:RBROT:2022:1719
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond: WOZ-waarde appartement niet te hoog vastgesteld ondanks onvoldoende inzicht indexeringspercentage
Eiser betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van een appartement voor het belastingjaar 2020, stellende dat de waarde te hoog is vastgesteld op €383.000,- in plaats van €362.000,-. Verweerder onderbouwde de waarde met een taxatierapport en een waardematrix, waarbij vergelijkingsobjecten werden gebruikt die qua type, bouwjaar, ligging en inhoud voldoende vergelijkbaar waren.
Hoewel de rechtbank oordeelde dat het indexeringspercentage dat verweerder hanteerde onvoldoende inzichtelijk was gemaakt, zag zij geen aanleiding om te concluderen dat de waarde daardoor onjuist was. Eiser trok zijn standpunt over de slechtere ligging in en zijn betoog over het ontbreken van toepassing van de wortelformule bij de inhoudsvergelijking werd verworpen.
De rechtbank concludeerde dat verweerder de bewijslast had voldaan en de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld. Het beroep werd ongegrond verklaard, maar verweerder werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser ad €1.082,-.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser.