De zaak betreft een verzoek van Heerema Fleet Personnel B.V. (HFP) om de arbeidsovereenkomst met een kapitein te ontbinden vanwege vermeend ernstig verwijtbaar handelen, waaronder alcoholgebruik aan boord en het creëren van een onveilige werkomgeving voor een stagiair.
HFP baseert haar verzoek op meerdere feiten, waaronder het toestaan van alcoholgebruik aan boord zonder toestemming, het uitoefenen van ongewenste druk op een stagiair en het verstrekken van onjuiste verklaringen. De kapitein ontkent verwijtbaarheid voor de situatie met de stagiair en erkent het drankgebruik, maar stelt dat dit niet tot ontslag moet leiden.
De rechtbank oordeelt dat het incident met de stagiair geen verwijt aan de kapitein oplevert en dat het drankgebruik, hoewel in strijd met de regels, beperkt was en niet tijdens werktijd plaatsvond. De ernst van het incident rechtvaardigt volgens de rechtbank geen ontbinding van de arbeidsovereenkomst, mede gelet op de lange staat van dienst van de kapitein en het ontbreken van gevaarlijke situaties.
Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot ontbinding af en veroordeelt HFP in de proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.