ECLI:NL:RBROT:2022:2575
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen sluiting bedrijfspand wegens aantreffen handelshoeveelheid softdrugs en vuurwapen
Op 17 februari 2022 werd in het bedrijfspand van verzoeker een handelshoeveelheid softdrugs, een geladen vuurwapen, contant geld en andere middelen aangetroffen. Verweerder sloot het pand voor zes maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat hoewel sprake was van een handelshoeveelheid softdrugs en verzwarende omstandigheden, de noodzaak van sluiting onvoldoende was aangetoond. Het pand ligt op een bedrijventerrein zonder overlast of eerdere meldingen, en er was twijfel of verzoeker redelijkerwijs op de hoogte was van de drugs.
Ook de evenredigheid van de maatregel werd betwijfeld, mede vanwege de ernstige gevolgen voor verzoeker en zijn werknemers. De voorzieningenrechter schorst daarom het besluit tot twee weken na de beslissing op bezwaar en veroordeelt verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en het besluit tot sluiting van het bedrijfspand wordt geschorst wegens onvoldoende gemotiveerde noodzaak en evenredigheid.