ECLI:NL:RVS:2019:1435
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woning wegens aanwezigheid grote hoeveelheden drugs en wapens
De burgemeester van Heerlen heeft bij besluit van 16 februari 2017 de woning van appellant gesloten voor twaalf maanden wegens de aanwezigheid van aanzienlijke hoeveelheden amfetamine en hennep, alsmede wapens, aangetroffen tijdens een politiehuiszoeking op 9 januari 2017. Appellant voerde aan dat de drugs niet voor handel bestemd waren en dat de gevolgen van de sluiting onevenredig waren vanwege zijn persoonlijke omstandigheden.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet, aangezien de aangetroffen hoeveelheden drugs de maximale gebruikershoeveelheden ruimschoots overschreden en appellant het tegendeel niet aannemelijk had gemaakt.
Verder werd geoordeeld dat de burgemeester de bijzondere omstandigheden van appellant voldoende had meegewogen en dat het besluit niet onevenredig was. De aanwezigheid van wapens en de omvang van de drugsvoorraad maakten de sluiting noodzakelijk om de woning te onttrekken aan het drugscircuit. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De sluiting van de woning voor twaalf maanden wordt bevestigd wegens aanwezigheid van grote hoeveelheden drugs en wapens.