ECLI:NL:RBROT:2022:2604
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor inrichtingskosten wegens voorzienbaarheid en ontbreken dringende redenen
Eiser heeft bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam bijzondere bijstand aangevraagd voor inrichtingskosten, welke is afgewezen omdat deze kosten voorzienbaar zijn en eiser hiervoor had kunnen reserveren. Het bezwaar tegen dit besluit is eveneens ongegrond verklaard, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank overweegt dat inrichtingskosten volgens vaste rechtspraak tot de incidenteel voorkomende noodzakelijke kosten behoren die in principe uit het inkomen of door reservering moeten worden voldaan. Bijzondere bijstand is alleen mogelijk bij bijzondere omstandigheden die maken dat betaling uit de algemene bijstand en draagkracht niet mogelijk is. Schulden van eiser en het ontbreken van reserveringsruimte worden niet als bijzondere omstandigheden aangemerkt.
Het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel en vertrouwensbeginsel faalt omdat de eerdere toekenning van bijzondere bijstand voor stofferingskosten geen recht geeft op bijzondere bijstand voor inrichtingskosten. Ook het beroep op zeer dringende redenen volgens artikel 16 Pw Pro wordt verworpen vanwege het niet voldoen aan de strenge criteria.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter S. Veling op 6 april 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor inrichtingskosten wordt ongegrond verklaard.