Eiser heeft een factuur van €5.082,00 aan gedaagde gezonden voor scheepsbouw- en restauratiewerkzaamheden. Ondanks meerdere betalingsherinneringen en aanmaningen betaalde gedaagde pas na lange tijd het factuurbedrag, waardoor hij in verzuim raakte.
Eiser vordert de wettelijke handelsrente over het openstaande bedrag vanaf de verzuimdatum en een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Gedaagde erkent gedeeltelijke betaling maar betwist de hoogte van de kosten en beroept zich op betalingsonmacht.
De rechtbank oordeelt dat gedaagde vanaf de verzuimdatum wettelijke handelsrente verschuldigd is en dat de buitengerechtelijke incassokosten terecht zijn gevorderd, aangezien de incassohandelingen redelijk waren en de kosten aansluiten bij het genormeerde tarief. Betalingsonmacht ontslaat gedaagde niet van zijn verplichtingen.
Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de rente, incassokosten en proceskosten, met wettelijke rente over de verschuldigde bedragen vanaf de uitspraakdatum.