Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar.
4..Vooraf
5..PGPSafe
belangdat het voorschrift dient, de
ernstvan het verzuim en het
nadeeldat daardoor wordt veroorzaakt.
belangvan het geschonden voorschrift is groot. Het betreft het ontbreken van een voorafgaande rechterlijk toets, die is ingegeven door de ernst van de inbreuk die wordt gemaakt door toepassing van het dwangmiddel. Door het ontbreken van de rechterlijk toets, heeft geen voorafgaande
rechterlijkebeoordeling van de rechtmatigheid, subsidiariteit en proportionaliteit
in Nederland(voorafgaand aan het indienen van het rechtshulpverzoek) plaatsgevonden. Echter, in casu is die beoordeling wel gemaakt door de rechter in Costa Rica zoals blijkt uit het bevel van 8 mei 2017, waarbij de rechter zowel aan nationaal (grond)wettelijke bepalingen als aan internationaal recht (IVBPR en de Universele verklaring) heeft getoetst . Dit relativeert de ernst van het ontbreken van de voorafgaande rechterlijke toets in Nederland.
ernst van het verzuimis van belang dat niet gebleken is van een bewust onjuist handelen van de officier van justitie. Eerst in september 2021 is door de rechtbank uiteen gezet dat en waarom het begrip ‘aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk of (…) openbare telecommunicatiedienst’ in artikel 125la Sv uitgelegd moet worden aan de hand van het begrip ‘aanbieder van een communicatiedienst’ als bedoeld in artikel 126la Sv(oud) thans 138g Sv. De rechtbank is bovendien van oordeel dat, zo de officier van justitie om een voorafgaande machtiging van de rechter-commissaris zou hebben gevraagd, hij deze naar alle waarschijnlijkheid gekregen zou hebben, gezien de ernst van de verdenking en hetgeen uit tal van strafrechtelijke onderzoeken reeds bekend was over PGPSafe, namelijk dat deze aanbieder (wellicht niet alleen maar wel) bij uitstek werd gebruikt om communicatie over ernstige strafbare feiten geheim te kunnen houden, zoals ook uitvoerig uiteen is gezet in het rechtshulpverzoek. De rechtbank is het dan ook niet eens met de verdediging waar deze stelt dat ‘geen redelijk denkend rechter-commissaris een dergelijke machtiging zou hebben afgegeven’.
nadeeldat door het vormverzuim zou zijn geleden, mag volgens vaste jurisprudentie niet gelegen zijn in de ontdekking van een strafbaar feit. In het onderhavige geval kan als nadeel dan in algemene zin worden genoemd: een inbreuk op de privacy (al stellen de verdachten geen van allen dat zij inderdaad degenen zijn die aan de in beslag genomen communicatie hebben deelgenomen). Ook dit nadeel dient te worden gerelativeerd. Voor zover de rechtbank daar zicht op heeft gekregen, heeft deze communicatie voor het overgrote deel betrekking op strafbaar handelen. Gesprekken die de persoonlijke levens van de gespreksdeelnemers betreffen, zijn in dit dossier zeldzaam en zeer beperkt. Zeker kan niet worden gesteld dat met het kennisnemen van deze communicatie een min of meer compleet beeld van iemands persoonlijke leven wordt verkregen. De inbreuk kan daardoor als relatief gering worden bestempeld.
Zo al sprake zou zijn van een foutieve vertaling in een belastend bericht mag van de verdediging ook verwacht worden dat dit bij de inhoudelijk behandeling daarvan geconcretiseerd wordt, anders dan dat een kantoorgenoot, die de desbetreffende vreemde taal eigen is, dit bemerkt heeft, zodat die vertaling alsnog gecontroleerd kan worden. Nu die situatie zich verder niet heeft voorgedaan, laat staan dat gesproken kan worden van een zodanige frequentie dat aan de kwaliteit van de vertaling getwijfeld moet worden, kan ook dit verweer niet slagen.
Hierbij neemt de rechtbank mee dat de gesprekken in het dossier staan uitgeschreven, de eigen lijnen en die van de medeverdachten digitaal aan de verdediging ter beschikking zijn gesteld en gelegenheid geboden is om met behulp van de Hansken software van het NFI die dataset te bevragen. Slechts twee raadslieden hebben van deze mogelijkheid gebruik gemaakt en hebben hun vragen ten aanzien van die data ook onmiddellijk kunnen voorleggen en beantwoord gezien.
6..Identificatie
hieronder nog even de reactie van [naam 4]”.
7..Zaaksdossier Scan
16 containers met ananassen die op naam van [naam bedrijf 2] zijn besteld door [naam medeverdachte 2] bij dezelfde afnemer. [naam bedrijf 3] en [naam bedrijf 4], bedrijven van [naam medeverdachte 1], verzorgen daarbij steeds de afhandeling en het transport (al dan niet door inschakeling van een derde transporteur).
wat zeg jij als we die BL geven dan gaan die bakken op roodgroen zoals wij aangeven???? Als jij niet twijfelt … dan pak ik aan maat…zeg me”. De verdachte antwoordt daarop:
Maat ik twijfel geen moment. Je kan wat mij betreft aanpakken ik ben 100% zeker van me zaak”. [naam medeverdachte 3] vraagt daarop:
Wat loop jij mee? De verdachte antwoordt daarop: “
Ik ga vol gas, 100 voor me zelf”.
“als streep die boot afhandelt dan gaat hij onze bakken zien en kan hij ze op groen zetten. Alleen de BL zit tegen omdat de man van costa bedrijf op vakantie is”. De volgende dag bericht de verdachte aan [naam medeverdachte 3] ‘
die gasten gezien te hebben maar niet blij zijn en die het raar vinden dat als je iedere week bakken stuurt maar geen ‘bl’ kan afgeven”. De verdachte geeft ook aan dat ze nu ook vragen of [naam medeverdachte 3] een afvaartdatum voor de “strp” heeft.
Ik wil die test overslaan… gewoon gelijk erin trappen”, hetgeen de verdachte prima vindt. Vervolgens stuurt hij de verdachte daarop een bericht met bootnamen en data door waaronder de [naam schip], vertrek 14 mei, ETA 30 mei, met aanduiding Werk.
“strp”net heeft gezien. “
De werkdatum’s zijn sowieso goed.” Begin mei 2016 wordt er volgens de berichten een BL afgeven aan de verdachte.
R heeft gezegd dat hij in de lijsten heeft gekeken en dat het groen was toch”. [naam medeverdachte 3] reageert daar als volgt op richting de verdachte: “
Hij moet zeggen ja is groen.. nix zeggen…wat als zijn pgp eruit ligt wat als er wat anders is… ik wil geen mensen in de bajes…zeg ze…streep moet confirmeren…”De verdachte spreekt hier weer verder over met contacten genaamd [naam 19] en [naam 20]. Laatstgenoemd contact geeft richting de verdachte uiteindelijk aan: “
Hij stond op groen. Hij heeft nog niks hoeven doen.”
“Hoe is het maat? Ben nu met die vriend van de strp. Alles is ok voor morgen, dan weet je dat”. Op 30 mei 2016 krijgt de verdachte in de ochtend een bericht van [naam 19] dat alles nog goed staat, waarop de verdachte aan [naam medeverdachte 3] doorgeeft: “
Krijg net nog een update dat alles ok is”.
Kerel, er zit een blokkade op de bak…wat is dit man?”.De verdachte koppelt dit op zijn beurt terug aan zijn contacten waaronder [naam 20]. De verdachte zegt tegen één van zijn contacten: “
Ok vriend, eerst graag info van hoe de bakken stonden en hoe laat de tip is gekomen. Nu denkt de andere kant dat ik met informanten heb gewerkt pfff.” [naam 19] antwoordt hierop dat de streep alle info zoekt.
Vriend die kankerbakken zijn allebei in de scan gevallen. We hebben iemand daar binnen en die zegt dat die bakken nog niet naar de scan zijn gegaan. En dat pas morgen gebeurt. We mogen die bakken nog niet ophalen. Ik maak me zorgen want als we die bakken ophalen morgen of overmorgen dan volgen ze die bak naar de loods en klappen ze naar binnen, en pakken onze jongen, ik heb stress [naam 10].”
ok [naam 10] ik zit met die gasten. En ze zeggen 100% tip op het laatste moment binnengekomen, we krijgen later meer info van ze want die man werkt vandaag ook”.[naam medeverdachte 3] geeft aan dat de streep aan tafel moet komen. De verdachte gaat het zeggen.
Voorafgaand aan de afvaart van de container wil [naam medeverdachte 3] zekerheid van de verdachte. Hij zegt op zijn beurt 100% zeker te zijn en ook voor 100 mee te doen. De rechtbank kan dit gesprek niet anders duiden dan dat de verdachte aangeeft zeker van zijn streep te zijn, dat het gaat lukken de container buiten de scan te kunnen houden en zelf met 100 stuks/100 blokken cocaïne mee te zullen lopen. Daarmee is zijn directe betrokkenheid bij de invoer van deze partij cocaïne gegeven.
koppelt op zijn beurt veelal terug naar [naam 18]. Er wordt ook op enig moment blijkens de berichten daadwerkelijk een BL aan de verdachte afgegeven. De verdachte krijgt desgevraagd de data van afvaart van de beoogde schepen door en koppelt terug dat de werkdata akkoord zijn. De beoogde dag van aankomst van de container krijgt de verdachte van zijn contacten door dat alles nog goed staat en geeft dat weer door. Als de container vervolgens geblokkeerd is, wordt direct door [naam medeverdachte 3] bij de verdachte aan de bel getrokken, gaat de verdachte volop navraag doen en koppelt weer terug. Uit de gesprekken met zijn contacten (onder andere [naam 19] en [naam 20]) blijkt duidelijk dat zij daadwerkelijk inside informatie hebben over het op rood of groen staan van containers en de reden van de controle van de onderhavige container. De verdachte maakt zich grote zorgen als alles dreigt mis te gaan, niet alleen omdat anderen zullen denken dat hij met informanten heeft gewerkt maar ook dat de politie zal binnenvallen in de loods als ze de bakken ophalen en dat ze “
onze jongens”oppakken. De verdachte maakt op 30 en 31 mei 2016 ook fysieke afspraken met [naam medeverdachte 3] en wordt door hem betrokken bij de door hem bedachte uithaalscenario’s.
8..Bewezenverklaring
9..Strafbaarheid feit
10..Strafbaarheid verdachte
11..Motivering straf
“streep”hebben. [naam medeverdachte 3] deelde met hem waardevolle informatie, zoals de beschrijving van pallets, hoeveelheden, droogstempels, de verdeling en de verpakking van de verdovende middelen en als het dan toch misgaat ook diverse uithaalscenario’s. Het delen van deze cruciale informatie wijst er op dat de verdachte nauw betrokken was bij de organisatie van het transport en dat hij zich hoog in de hiërarchie bevond. Daarnaast was hij ook (mede)investeerder in de partij drugs.
12..Toepasselijke wettelijke voorschriften
13..Bijlagen
14..Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren.