Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
20 december 2021, 19 januari 2022, 21 januari 2022, 21 februari 2022 en 28 maart 2022.
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 met aftrek van voorarrest en een geldboete van € 50.000,--, subsidiair 285 dagen vervangende hechtenis;
- opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis bij einduitspraak.
4..Ontvankelijkheid officier van justitie
de rechtbank: in zaaksdossier Scan wordt als sepotdatum 8 juni 2017 vermeld). Omdat het openbaar ministerie (hierna: OM) de PGPSafedata – al voor dat sepot – in mei 2017 in beslag had genomen is van nieuwe bezwaren die het opnieuw vervolgen van de verdachte rechtvaardigen geen sprake.
22 januari 2019 van de vanuit onderzoek 26Sassenheim aan Sartell verstrekte inhoudelijke berichten van diverse emailadressen, en die van de tegencontacten, konden deze berichten uit de PGPSafedata worden geduid en worden aangemerkt als nieuwe bezwaren.
5..Vooraf
6..PGPSafe
Interstatelijk vertrouwensbeginsel
-verwerking ten gevolge van een eventueel onrechtmatig rechtshulpverzoek ook onrechtmatig zou zijn jegens de gebruikers van PGPSafe. Immers, het zijn hun berichten die daarmee worden verkregen en ingezien en de bepalingen die dergelijke vergaring reguleren zien (mede) op de bescherming van de (privacy) belangen van de gebruikers.
125i Sv en bovendien een machtiging van de rechter-commissaris vergt – bij de doorzoeking in de serverruimte van [naam bedrijf 1] in [vestigingsplaats bedrijf 1] (Costa Rica), die te gelden heeft als doorzoeking bij PGPSafe, en ook bij de verkrijging van de PGPSafedata in acht had moeten nemen.
belangdat het voorschrift dient, de
ernstvan het verzuim en het
nadeeldat daardoor wordt veroorzaakt.
belangvan het geschonden voorschrift is groot. Het betreft het ontbreken van een voorafgaande rechterlijk toets, die is ingegeven door de ernst van de inbreuk die wordt gemaakt door toepassing van het dwangmiddel. Door het ontbreken van de rechterlijk toets, heeft geen voorafgaande
rechterlijkebeoordeling van de rechtmatigheid, subsidiariteit en proportionaliteit
in Nederland(voorafgaand aan het indienen van het rechtshulpverzoek) plaatsgevonden. Echter, in casu is die beoordeling wel gemaakt door de rechter in Costa Rica zoals blijkt uit het bevel van 8 mei 2017, waarbij de rechter zowel aan nationaal (grond)wettelijke bepalingen als aan internationaal recht (IVBPR en de Universele verklaring) heeft getoetst . Dit relativeert de ernst van het ontbreken van de voorafgaande rechterlijke toets in Nederland.
ernst van het verzuimis van belang dat niet gebleken is van een bewust onjuist handelen van de officier van justitie. Eerst in september 2021 is door de rechtbank uiteen gezet dat en waarom het begrip ‘aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk of (…) openbare telecommunicatiedienst’ in artikel 125la Sv uitgelegd moet worden aan de hand van het begrip ‘aanbieder van een communicatiedienst’ als bedoeld in artikel 126la Sv(oud) thans 138g Sv. De rechtbank is bovendien van oordeel dat, zo de officier van justitie om een voorafgaande machtiging van de rechter-commissaris zou hebben gevraagd, hij deze naar alle waarschijnlijkheid gekregen zou hebben, gezien de ernst van de verdenking en hetgeen uit tal van strafrechtelijke onderzoeken reeds bekend was over PGPSafe, namelijk dat deze aanbieder (wellicht niet alleen maar wel) bij uitstek werd gebruikt om communicatie over ernstige strafbare feiten geheim te kunnen houden, zoals ook uitvoerig uiteen is gezet in het rechtshulpverzoek. De rechtbank is het dan ook niet eens met de verdediging waar deze stelt dat ‘geen redelijk denkend rechter-commissaris een dergelijke machtiging zou hebben afgegeven’.
nadeeldat door het vormverzuim zou zijn geleden, mag volgens vaste jurisprudentie niet gelegen zijn in de ontdekking van een strafbaar feit. In het onderhavige geval kan als nadeel dan in algemene zin worden genoemd: een inbreuk op de privacy (al stellen de verdachten geen van allen dat zij inderdaad degenen zijn die aan de in beslag genomen communicatie hebben deelgenomen). Ook dit nadeel dient te worden gerelativeerd. Voor zover de rechtbank daar zicht op heeft gekregen, heeft deze communicatie voor het overgrote deel betrekking op strafbaar handelen. Gesprekken die de persoonlijke levens van de gespreksdeelnemers betreffen, zijn in dit dossier zeldzaam en zeer beperkt. Zeker kan niet worden gesteld dat met het kennisnemen van deze communicatie een min of meer compleet beeld van iemands persoonlijke leven wordt verkregen. De inbreuk kan daardoor als relatief gering worden bestempeld.
Zo al sprake zou zijn van een foutieve vertaling in een belastend bericht mag van de verdediging ook verwacht worden dat dit bij de inhoudelijk behandeling daarvan geconcretiseerd wordt, anders dan dat een kantoorgenoot, die de desbetreffende vreemde taal eigen is, dit bemerkt heeft, zodat die vertaling alsnog gecontroleerd kan worden. Nu die situatie zich verder niet heeft voorgedaan, laat staan dat gesproken kan worden van een zodanige frequentie dat aan de kwaliteit van de vertaling getwijfeld moet worden, kan ook dit verweer niet slagen.
Hierbij neemt de rechtbank mee dat de gesprekken in het dossier staan uitgeschreven, de eigen lijnen en die van de medeverdachten digitaal aan de verdediging ter beschikking zijn gesteld en gelegenheid geboden is om met behulp van de Hansken software van het NFI die dataset te bevragen. Slechts twee raadslieden hebben van deze mogelijkheid gebruik gemaakt en hebben hun vragen ten aanzien van die data ook onmiddellijk kunnen voorleggen en beantwoord gezien.
7..Identificatie
- De gebruiker wordt [naam 2] genoemd;
- De gebruiker heeft contact met jaba612j@pgpsafe.net (welk adres aan [naam medeverdachte 1] is toegeschreven met wie de verdachte in de betreffende periode zakelijk contact onderhield met betrekking tot de import van containers met ananassen);
- Voorgesteld wordt af te spreken bij Westgaag, hetgeen een bestaand restaurant is in de buurt van het bedrijf [naam bedrijf 2] (waar de verdachte werkzaam was);
- De gebruiker zegt dat er weer netjes twee bakken zijn vertrokken, terwijl vast staat dat de verdachte in die periode 15 containers met ananassen heeft geïmporteerd;
- De gebruiker geeft aan dat de ananassen niet behoeven te worden vervangen;
- De gebruiker geeft aan dat hij al aardig wat besteld en betaald heeft. Hij heeft [naam 3] om support gevraagd. Waarop aan hem wordt gevraagd of [naam bedrijf 2] de betalingen niet kan doen;
- De gebruiker gebruikt het woord hamdoelah, hetgeen op een Arabische achtergrond kan duiden.
- De gebruiker wordt contact [naam 3] genoemd;
- De gebruiker heeft contact met het emailadres classy@pgpsafe.net (welk adres aan [naam 4] (hierna: [naam 4]) wordt toegeschreven). Classy@pgpsafe.net onderhoudt ook contact met [naam 5] (hierna: [naam 5]);
- De gebruiker gebruikt de uitdrukking hmdlh (hamdoelah);
- Aan de gebruiker wordt gevraagd of hij even in het systeem kan kijken en laten weten wat de status is;
- De gebruiker stuurt op 29 mei 2016 het bericht dat de boot morgenochtend wordt verwacht. Maersk heeft ze al vrijgegeven, pin hebben we van beide containers. En vervolgens het bericht: “
- De gebruiker krijgt op 30 mei 2016 het bericht dat er een probleem is en of hij kan uitzoeken of de betalingen echt zijn gedaan en hij moet de bewijzen brengen.
8..Zaaksdossier Scan (feit 1)
16 containers met ananassen die op naam van [naam bedrijf 2] zijn besteld door de verdachte bij dezelfde afnemer. [naam bedrijf 3] en [naam bedrijf 4], bedrijven van de medeverdachte [naam medeverdachte 1], verzorgden daarbij steeds de afhandeling en het transport (al dan niet door inschakeling van een derde transporteur). De kosten met betrekking tot deze bestellingen zijn niet door [naam bedrijf 2] maar door [naam bedrijf 5], een bedrijf van de verdachte betaald. De ananassen zijn door [naam bedrijf 5] doorverkocht.
Het heeft er alle schijn van dat [naam bedrijf 2] slechts als naam werd gebruikt om de containers ananassen te importeren. Dit wordt ook bevestigd door de verklaring van [naam 6] die heeft verklaard dat de betreffende containers niet door of in opdracht van [naam bedrijf 2] zijn geïmporteerd. De rechtbank ziet geen reden om aan de verklaring van deze getuige te twijfelen, temeer nu deze past bij de door de rechtbank geconstateerde vreemde gang van zaken.
10 mei 2016 een bericht van [naam 7] doorstuurt waarin [naam 7] aangeeft dat hij nu in totaal 13 bakken heeft gedaan en alle kosten heeft vooruitbetaald. Er wordt gesproken over het voorfinancieren van 16 bakken, dat de man het fruit kan verkopen en dat [naam 8] om facturen moet vragen.
9..Zaaksdossier Valies (feit 2)
de rechtbank: het verhoor van 27 november 2020) een zodanige verklaring over de herkomst van het geld heeft afgelegd, dat het op de weg van het OM is komen te liggen om nader onderzoek te doen naar die door de verdachte gestelde herkomst van het geld. Bij de beoordeling van de verklaring van de verdachte heeft zij op het volgende acht geslagen.
“Het geld is van mij en gebruik ik bedrijfsmatig”. Deze verklaring voorafgegaan door een verder zwijgende proceshouding lijkt veeleer te zijn ingegeven om een bevel afname DNA en opname in de DNA-databank te voorkomen. In zijn derde verhoor heeft de verdachte, maar pas nadat hij een samenvatting van het dossier heeft kunnen lezen, op eigen initiatief een verklaring afgelegd en vragen van de politie beantwoord. Zijn verklaring over het geld in dit verhoor komt er – zakelijk weergegeven – op neer dat dat het contante geldbedrag bedrijfsmatig in gebruik is en dat hij kan verklaren waar dat vandaan komt en welke klanten betaald hebben. Het contante bedrag is bijna volledig afkomstig uit groente- en fruitzaken die hij doet met zijn bedrijf. Gevraagd naar wie die klanten zijn, heeft de verdachte de namen van een aantal klanten genoemd: [naam klant 1], [naam klant 2] (hierna: [naam klant 2]), [naam klant 3], [naam klant 4] (hierna: [naam klant 4]) en [naam klant 5] (hierna: [naam klant 5]). De verdachte heeft voorts verklaard dat er ook klanten zijn die geen factuur willen krijgen en dat daarvoor dan een bon wordt opgemaakt. De verdachte heeft verklaard dat dat de contante verkopen in de administratie zijn. Het in beslag genomen geld heeft hij enkele dagen voor
22 september 2020 in de koffer gedaan. Het was bestemd om leveranciers contant mee te betalen. In de AGF branche is het heel normaal om de vers handel zo snel mogelijk te betalen. Daarom heeft de verdachte het geld bewaard in de rolkoffer die hij omwille van de veiligheid steeds met zich meenam, dus ook naar het huis van zijn moeder. De verdachte heeft verder verklaard over de bedrijven waarvan hij middellijk bestuurder is en over de bankrekening op zijn naam en op die van deze bedrijven.
10..Bewezenverklaring
11..Strafbaarheid feiten
2..witwassen.
12..Strafbaarheid verdachte
13..Motivering straffen
14..In beslag genomen voorwerpen
15..Voorlopige hechtenis
16..Toepasselijke wettelijke voorschriften
17..Bijlagen
18..Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) jaren;