In deze zaak vordert de vrouw vaststelling van het biologisch vaderschap van een minderjarige. Uit een eerder deskundigenbericht blijkt dat een andere man niet de biologische vader is. De vrouw stelt dat de man mogelijk de biologische vader is vanwege een poging tot geslachtsgemeenschap in het conceptietijdvak.
De man ontkent niet dat hij heeft geprobeerd de vrouw te penetreren, maar betwist dat hij de biologische vader is. De rechtbank acht het aannemelijk dat de man de verwekker kan zijn, mede omdat de vrouw verklaart alleen met de man en een andere man seks te hebben gehad in het relevante tijdvak.
De rechtbank weegt het belang van de minderjarige om zijn afkomst te kennen zwaarder dan de minimale inbreuk die het DNA-onderzoek met zich meebrengt. Daarom wordt een DNA-onderzoek gelast, waarbij partijen wettelijk verplicht zijn mee te werken. De kosten worden begroot op € 630,-, zonder voorschot vanwege rechtsbijstand.
De procedure wordt aangehouden totdat het deskundigenbericht binnen drie maanden is ingediend. Partijen hoeven op de pro-formadatum niet te verschijnen. Na ontvangst van het rapport kunnen partijen schriftelijk reageren waarna de zaak eventueel mondeling wordt voortgezet.