Eiseres verzocht om aanwijzing van vier flatgebouwen aan de Oost-Sidelinge te Rotterdam als gemeentelijk monument vanwege hun cultuurhistorische waarde en zeldzaamheid als voorbeeld van naoorlogse systeembouw. De gemeente Rotterdam wees dit verzoek af, met het oog op de slechte bouwkundige staat, de ligging naast een drukke rijksweg en de wens tot herontwikkeling met nieuwbouw.
De rechtbank behandelde het beroep tegen deze afwijzing. Eiseres betoogde dat de gemeente onvoldoende gewicht had toegekend aan het advies van de monumentencommissie en dat renovatie technisch mogelijk en maatschappelijk verantwoord zou zijn. De gemeente en de eigenaar stelden dat renovatie financieel en technisch onhaalbaar is en niet leidt tot een vergelijkbaar woonklimaat als nieuwbouw.
Na uitgebreide beoordeling van deskundigenrapporten en belangenafweging concludeerde de rechtbank dat de gemeente zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het belang van behoud van de monumentale waarde minder zwaar weegt dan het belang van een goede woonkwaliteit en herontwikkeling. Het beroep werd ongegrond verklaard.