ECLI:NL:RVS:2020:2387
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanwijzing kop-hals-rompboerderij als gemeentelijk monument ondanks bezwaren eigenaar
Het college van burgemeester en wethouders van Harlingen heeft op 23 april 2018 een boerderij aan een locatie in Wijnaldum aangewezen als gemeentelijk monument. De boerderij is een kop-hals-rompboerderij uit 1876 en wordt gebruikt voor agrarische doeleinden. Na een positief advies van de monumentencommissie en een score van 16 punten op een beoordelingsformulier, werd de aanwijzing definitief.
De eigenaar, appellant, heeft bezwaar gemaakt tegen de aanwijzing en de motivering daarvan, onder meer vanwege de slechte staat van de boerderij, de ligging in een zoutwinningsgebied en de financiële gevolgen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat het college voldoende beoordelingsruimte heeft bij het aanwijzen van gemeentelijke monumenten en dat het besluit deugdelijk is gemotiveerd aan de hand van het scoreformulier, de redengevende omschrijving en de positieve adviezen. Het bouwkundig rapport dat appellant overlegt, brengt onvoldoende concrete twijfel aan de motivering of de monumentale waarde.
Ook de stelling dat de aanwijzing onevenredige gevolgen heeft, wordt niet onderbouwd met concrete feiten. De Raad van State bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de aanwijzing van de boerderij als gemeentelijk monument en verklaart het hoger beroep ongegrond.