ECLI:NL:RBROT:2022:389
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boete wegens niet doorgeven adreswijziging onterecht wegens onvoldoende verzendbewijs
Eiser was ingeschreven op een adres in Rotterdam en werd per 18 november 2020 uitgeschreven uit de basisregistratie personen (brp) vanwege het niet doorgeven van een adreswijziging. Daarnaast legde de gemeente Rotterdam een bestuurlijke boete van €325,- op omdat eiser niet binnen de gestelde termijn de gevraagde documenten had overlegd.
Eiser maakte bezwaar tegen beide besluiten, maar het bezwaar tegen de uitschrijving werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingediend. De rechtbank oordeelde echter dat het bezwaar tegen de uitschrijving terecht niet-ontvankelijk was omdat het eerste bezwaarschrift alleen expliciet tegen de boete was gericht, ondanks dat beide besluiten hetzelfde kenmerk hadden.
Ten aanzien van de boete stelde eiser dat hij de brieven waarin om documenten werd gevraagd nooit had ontvangen. De rechtbank stelde vast dat de gemeente weliswaar brieven had aangemaakt in een medewerkersportaal, maar dat dit geen sluitend bewijs vormde voor daadwerkelijke verzending. Hierdoor was het vermoeden van ontvangst niet gerechtvaardigd en kon eiser niet worden verweten niet te hebben gereageerd.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor zover het bezwaar tegen de boete ongegrond werd verklaard, herroept het primaire besluit II en bepaalt dat eiser geen boete hoeft te betalen. Tevens moet de gemeente het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiser vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de boete wegens onvoldoende bewijs van verzending en herroept het besluit, waardoor eiser geen boete hoeft te betalen.