ECLI:NL:RVS:2021:156
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid bezwaar bestuursdwangkosten Den Haag
Op 1 oktober 2019 heeft een toezichthouder een doos naast een ondergrondse afvalcontainer verwijderd wegens overtreding van de Afvalstoffenverordening 2010. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag stelde dit besluit op 23 oktober 2019 schriftelijk vast en legde de kosten bij appellant neer.
Appellant maakte op 5 december 2019 bezwaar tegen dit besluit, maar het college verklaarde dit bezwaar op 21 januari 2020 niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de zeswekentermijn, die volgens het college liep van 24 oktober tot 4 december 2019.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college niet aannemelijk had gemaakt dat het besluit daadwerkelijk op 23 oktober 2019 was verzonden, omdat de verzendstempel alleen onvoldoende bewijs is en er geen deugdelijke verzendadministratie is overgelegd. Hierdoor kon appellant niet worden verweten te laat bezwaar te hebben gemaakt.
Het beroep van appellant werd gegrond verklaard en het besluit van 21 januari 2020 werd vernietigd. Het college moet een nieuw besluit op het bezwaar nemen. Er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant is ontvankelijk verklaard en het besluit niet-ontvankelijkheid is vernietigd.