ECLI:NL:RBROT:2022:3986
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking WGA-loonaanvullingsuitkering wegens gewijzigde arbeidsongeschiktheid
Eiseres, werkzaam als schoonmaakster, viel in 2016 uit wegens lichamelijke klachten en ontving vanaf 2018 een loongerelateerde WGA-uitkering. In 2020 werd deze omgezet in een loonaanvullingsuitkering. Na bezwaar van haar ex-werkgever liet verweerder een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek uitvoeren, waarna de uitkering per 31 juli 2021 werd ingetrokken.
De rechtbank beoordeelde of de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres per 20 augustus 2020 terecht was vastgesteld op minder dan 35%. Het verzekeringsgeneeskundig onderzoek, gebaseerd op dossieronderzoek en een telefonisch consult, werd als zorgvuldig en voldoende onderbouwd beoordeeld. Eiseres bracht geen medische stukken aan die het oordeel konden weerleggen.
De arbeidsdeskundige rapporteerde dat eiseres geschikt was voor functies met een inkomen dat 12,86% lager lag dan haar maatmaninkomen, wat een mate van arbeidsongeschiktheid onder 35% impliceert. De rechtbank concludeerde dat de intrekking van de uitkering op goede gronden plaatsvond en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de intrekking van de WGA-uitkering per 31 juli 2021.