Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
2..De verdere beoordeling
3..De beslissing in het incident
4 mei 2022voor beraad rolrechter omtrent het bepalen van een mondelinge behandeling.
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak staat een bevoegdheidsincident centraal waarbij Van Otterloo B.V. stelt dat de rechtbank Rotterdam bevoegd is op grond van een forumkeuzebeding in haar algemene voorwaarden. Deze voorwaarden, gedeponeerd op 16 april 2010, zijn volgens Van Otterloo aan Orion Metal B.V.B.A. toegezonden als pdf-bijlage bij een offerte van 20 december 2012. Orion betwist niet de ontvangst van deze offerte, maar stelt dat zij haar administratie uit die periode niet meer kan verifiëren en dat een eenmalige toezending onvoldoende is om de geldigheid van de voorwaarden aan te nemen.
De rechtbank stelt vast dat Van Otterloo en Orion een lopende handelsrelatie hebben waarin de FME CWM-voorwaarden, inclusief het forumkeuzebeding, standaard worden toegepast. Orion heeft niet eerder geprotesteerd tegen deze voorwaarden en kon daardoor het forumkeuzebeding kennen. De rechtbank oordeelt dat Orion daaraan gebonden is krachtens artikel 25 lid 1 onder Pro b Brussel I-bis, ook zonder uitdrukkelijke reactie.
Daarmee is de rechtbank bevoegd om van de vordering kennis te nemen en wordt de incidentele vordering van Orion afgewezen. Orion wordt veroordeeld in de kosten van het incident. De hoofdzaak wordt voortgezet en op 4 mei 2022 zal worden bepaald wanneer de zaak weer op de rol komt voor beraad over een mondelinge behandeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich bevoegd en wijst de incidentele vordering af; Orion wordt veroordeeld in de kosten.