ECLI:NL:RBROT:2022:422
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand wegens niet-nakoming inlichtingenplicht Participatiewet
Eiseres ontving bijstand op grond van de Participatiewet en kreeg haar uitkering beëindigd vanwege het niet reageren op oproepen voor een heronderzoek. Na een nieuwe aanvraag leverde zij bankafschriften in waaruit bleek dat zij in de periode 1 januari tot 1 september 2018 meerdere bijschrijvingen en contante stortingen had ontvangen. Verweerder herzag daarop de bijstand en vorderde een bedrag van €8.172,50 terug, en legde tevens een boete van €635,40 op wegens het niet nakomen van de inlichtingenplicht.
Eiseres voerde aan dat verweerder al bekend was met de stortingen en dat de herziening onrechtmatig was vanwege te late terugvordering en het vertrouwensbeginsel. De rechtbank oordeelde dat de stortingen terecht als middelen werden aangemerkt en dat eiseres haar inlichtingenplicht niet was nagekomen. De zesmaandenjurisprudentie was niet van toepassing omdat het hier een verplichting tot terugvordering betrof. Ook was er geen sprake van verjaring of dringende redenen om van terugvordering af te zien.
De opgelegde boete was rechtmatig omdat verweerder aannemelijk had gemaakt dat sprake was van normale verwijtbaarheid en geen dringende redenen tot afzien van boeteoplegging aanwezig waren. Het beroep van eiseres werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening, terugvordering en boete wegens niet-nakoming van de inlichtingenplicht wordt ongegrond verklaard.