ECLI:NL:RBROT:2022:4394
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onjuiste adresaanduiding leidt niet tot onterechte WOZ-waarde en aanslag OZB
Eiseres exploiteert een kapsalon en stelt dat de door verweerder gebruikte adresaanduiding onjuist is, wat leidt tot onterechte aanslagen die betrekking hebben op een naastgelegen tattooshop. De rechtbank toetst uitsluitend het beroep tegen de WOZ-beschikking en aanslag OZB 2020, waarbij de onjuiste adresaanduiding centraal staat.
De rechtbank oordeelt dat de WOZ-beschikking een aanduiding van de onroerende zaak moet bevatten, maar dat een adres niet noodzakelijk is zolang de zaak duidelijk is geïdentificeerd. De aanslagen worden naar het huisadres van eiseres verzonden, waardoor bezorgingsfouten worden uitgesloten. Verweerder heeft bovendien aannemelijk gemaakt dat er geen aanslagen voor de tattooshop aan eiseres zijn opgelegd.
Eiseres heeft ook een verzoek tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn ingediend. De rechtbank stelt vast dat het bezwaar op 2 maart 2020 werd ontvangen en de uitspraak op 3 juni 2022 is gedaan, wat een overschrijding van ongeveer twee maanden betekent. De rechtbank kent een schadevergoeding van € 500 toe en veroordeelt de Staat tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Het beroep tegen de WOZ-beschikking en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard, overige beroepen zijn niet-ontvankelijk. De rechtbank volgt het arrest van de Hoge Raad van 27 mei 2022, waarin de coronapandemie niet als bijzondere omstandigheid wordt gezien voor termijnverlenging.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-beschikking en aanslag OZB 2020 wordt ongegrond verklaard en de Staat wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.