De gemeente Rotterdam vordert een verhaalsbijdrage van de man voor de bijstand die aan de moeder van de minderjarige wordt verleend, omdat hij volgens de vrouw de biologische vader is. De man betwist dit vaderschap en maakt bezwaar tegen een DNA-onderzoek vanwege privacy en lichamelijke integriteit.
De rechtbank oordeelt dat het belang van de gemeente en het kind prevaleert boven de privacybelangen van de man. Een DNA-onderzoek is noodzakelijk om zekerheid te verkrijgen over het vaderschap, aangezien minder ingrijpende middelen niet beschikbaar zijn. De rechtbank wijst erop dat de man wettelijk verplicht is mee te werken en dat bij weigering nadelige gevolgtrekkingen kunnen worden gemaakt.
De rechtbank benoemt een deskundige voor het DNA-onderzoek, stelt het voorschot op de kosten vast op €630,- en bepaalt dat de behandeling van de zaak wordt aangehouden tot ontvangst van het deskundigenbericht. Partijen kunnen daarna schriftelijk reageren, waarna de zaak eventueel mondeling wordt voortgezet.