Eiseres, sinds 2002 rechtmatig verblijvend in Nederland, verzocht in 2017 om naturalisatie. Na wijziging van haar persoonsgegevens in 2018 wees verweerder haar verzoek af omdat volgens hem de vijfjaarstermijn rechtmatig verblijf opnieuw zou zijn begonnen te lopen door de identiteitswijziging.
De rechtbank oordeelt dat de werkinstructie waarop verweerder zich baseert, gericht is op vreemdelingen met een Ranov-vergunning en niet analoog toepasbaar is op eiseres. De Rijkswet op het Nederlanderschap en de bijbehorende Handleiding bevatten geen regel dat de termijn opnieuw begint te lopen bij wijziging van persoonsgegevens.
Daarom ontbreekt een rechtsgrondslag voor het standpunt van verweerder. Het bestreden besluit is in strijd met de wet en wordt vernietigd. Verweerder moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht aan eiseres vergoed.