ECLI:NL:RBROT:2022:4768
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.M.J. Adriaansen
- M.G.L. de Vette
- R.J.P. Ferwerda
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en terugvordering WAO-uitkering wegens schending inlichtingenplicht
Eiser ontving vanaf 2001 een WAO-uitkering die door verweerder werd beëindigd vanaf 17 februari 2016 vanwege vermoedens van werkzaamheden naast de uitkering. Verweerder baseerde dit op een politierapport en eigen onderzoek, waarin eiser werd gezien bij een horecagelegenheid waarvan hij zich als eigenaar presenteerde. Eiser ontkende de werkzaamheden en stelde dat hij niet op de loonlijst stond en niet betaald werd.
De rechtbank oordeelde dat verweerder bevoegd was het onderzoek te verrichten en het politierapport mocht gebruiken. De waarnemingen van de politie werden als betrouwbaar beschouwd en eiser kon onvoldoende aannemelijk maken dat hij geen op geld waardeerbare arbeid had verricht. Hierdoor werd vastgesteld dat eiser de inlichtingenplicht had geschonden.
Verweerder had voldoende onderzoek gedaan en de schending van de inlichtingenplicht leidde ertoe dat het recht op uitkering niet kon worden vastgesteld vanaf 17 februari 2016. De terugvordering van de onverschuldigd betaalde bedragen werd gegrond verklaard, waarbij geen dringende redenen voor kwijtschelding aanwezig waren. De beroepen werden ongegrond verklaard en de uitspraak is gedaan door de rechtbank Rotterdam op 17 juni 2022.
Uitkomst: De beroepen van eiser tegen de beëindiging en terugvordering van zijn WAO-uitkering worden ongegrond verklaard.