ECLI:NL:CRVB:2019:2405
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- W.F. Claessens
- E.C.G. Okhuizen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde werkzaamheden en financiële bijdragen
Appellanten ontvingen bijstand sinds 2003, laatstelijk op grond van de Participatiewet. Naar aanleiding van een tip uit België startte de sociale recherche een onderzoek naar appellant die werkzaamheden verrichtte in Café A. Appellant was commanditair vennoot en hielp dagelijks in het café zonder dit te melden aan het college. Tevens ontvingen appellanten contante bijdragen van familie die niet waren gemeld.
Het college trok de bijstand in per 14 juni 2016 en vorderde de kosten terug over de periode tot 30 september 2016. Appellanten maakten bezwaar, dat werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan dat de werkzaamheden een vriendendienst waren en dat de terugvordering onaanvaardbare financiële gevolgen had.
De Raad oordeelt dat de werkzaamheden wel degelijk op geld waardeerbaar waren en dat appellanten de inlichtingenverplichting hebben geschonden. Ook is aannemelijk dat zij in de sluitingsperiodes contante gelden van familie ontvingen zonder dit te melden. De terugvordering leidt niet tot dringende redenen om hiervan af te zien. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van bijstand en terugvordering wegens niet gemelde werkzaamheden en financiële bijdragen.