ECLI:NL:CRVB:2017:1921
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen gezamenlijke huishouding
Appellant ontving bijstand vanaf 8 juli 2010 als alleenstaande, maar het college stelde na onderzoek dat hij samen met S een gezamenlijke huishouding voerde, wat hij niet had gemeld. De bijstand werd ingetrokken en teruggevorderd over de periode 8 juli 2010 tot 17 april 2011.
Appellant voerde aan dat het gebruik van strafdossiergegevens onrechtmatig was en dat geen sprake was van wederzijdse zorg, maar de Raad oordeelde dat het college toestemming had voor het gebruik van deze gegevens en dat de feiten voldoende bewijs boden voor een gezamenlijke huishouding. Appellant en S deelden een woning en zorgden in relevante mate voor elkaar.
De Raad bevestigde dat het college bevoegd was de bijstand in te trekken en terug te vorderen en dat er geen dringende redenen waren om van terugvordering af te zien. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.