ECLI:NL:RBROT:2022:5156
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaald verzoek voorlopige voorziening schorsing openbaarmaking bestuurlijke boete
De zaak betreft een herhaald verzoek om een voorlopige voorziening om de openbaarmaking van een bestuurlijke boete opgelegd door de AFM aan verzoekster te schorsen. Het primaire besluit dateert van 23 december 2021 en betreft een boete wegens overtreding van de Wwft. Verzoekster had eerder een voorlopige voorziening gevraagd die op 28 april 2022 werd afgewezen. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven verklaarde zich op 31 mei 2022 onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening.
Verzoekster stelde dat nieuwe feiten en omstandigheden, waaronder een bijzondere individuele situatie en contact tussen AFM en DNB, een hernieuwde schorsing rechtvaardigen. De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen ernstige onvolkomenheden in de eerdere uitspraak zijn en dat er geen belangrijke wijziging van relevante feiten en omstandigheden is. Ook werd geoordeeld dat het standpunt van de AFM ongewijzigd is gebleven en dat de eerdere voorlopige beoordeling van de bodemprocedure niet herzien hoeft te worden.
De voorzieningenrechter wees het verzoek af, benadrukkend dat de wettelijke verplichting tot spoedige openbaarmaking van bestuurlijke boetes geldt en dat verzoekster geen nieuwe relevante omstandigheden had aangevoerd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.J. van Spengen en uitgesproken op 27 juni 2022.
Uitkomst: Het herhaalde verzoek om voorlopige voorziening om de openbaarmaking van de bestuurlijke boete te schorsen is afgewezen.