Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 29 juni 2022 in de zaken tussen
[naam eiser], eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart de beroepen in zaken ROT 20/1913 en ROT 20/1915 voor zover gericht tegen de vastgestelde WOZ-waarden gegrond;
- vernietigt de bestreden besluiten voor zover deze gaan over de WOZ-waarde;
- wijzigt de WOZ-beschikking voor het belastingjaar 2017 in die zin dat de waarde nader wordt vastgesteld op € 1.553.000,-;
- wijzigt de WOZ-beschikking voor het belastingjaar 2019 in die zin dat de waarde nader wordt vastgesteld op € 1.634.000,-.
- bepaalt dat verweerder de betreffende aanslagen onroerende-zaakbelastingen in overeenstemming daarmee verlaagt;
- verklaart de beroepen in de zaken ROT 20/1913 en ROT 20/1915 voor zover gericht tegen de aanslagen ozb gebruiker en rioolheffing gebruiker ongegrond;
- verklaart het beroep in zaak ROT 20/1914 ongegrond;
- bepaalt dat verweerder aan eiser het betaalde griffierecht van € 48,- vergoedt;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.787,-;
- veroordeelt de Staat tot betaling van een schadevergoeding van € 1.000,- aan eiser.