ECLI:NL:RBROT:2022:5635
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Terugvordering te veel ontvangen Ziektewet-uitkering na beëindiging recht
Eiser ontving een besluit dat zijn recht op Ziektewet-uitkering per 8 mei 2020 eindigde. Ondanks doorbetaling van de uitkering na deze datum, heeft eiser geen bezwaar gemaakt tegen het beëindigingsbesluit. Verweerder vorderde daarom de te veel ontvangen uitkering van €18.925,84 terug. Eiser voerde een beroep op het vertrouwensbeginsel en rechtszekerheidsbeginsel aan, stellende dat hij mocht vertrouwen op voortzetting van de uitkering vanwege gedragingen van verweerder, waaronder een arbeidskundig rapport en communicatie.
De rechtbank oordeelde dat eiser duidelijk had kunnen begrijpen dat het recht op ZW-uitkering was beëindigd, mede omdat hij geen bezwaar had gemaakt tegen het besluit. De doorbetaling van de uitkering door verweerder kon niet leiden tot een ander oordeel. Er was geen sprake van een dringende reden om van terugvordering af te zien, omdat eiser geen onaanvaardbare financiële of sociale gevolgen aannemelijk had gemaakt.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand. De rechtbank wees erop dat de vaststelling van een recht op WW-uitkering over een deel van de periode nog loopt en dat verrekening daarvan met de terugvordering zal plaatsvinden zodra de hoogte van de WW-uitkering bekend is.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de terugvordering van de te veel ontvangen ZW-uitkering.