In deze zaak vordert [bedrijf A] betaling van huurachterstand van H&M voor een bedrijfsruimte te Rotterdam. H&M stelt recht te hebben op huurprijsvermindering vanwege omzetverlies door de coronacrisis. De kantonrechter past het model van de Hoge Raad toe, waarbij de huurprijsvermindering wordt berekend via de vastelastenmethode, waarbij de NOW en kostenbesparingen buiten beschouwing blijven.
De huurprijsvermindering wordt berekend door de overeengekomen huurprijs te relateren aan de vaste lasten en vervolgens het deel van de TVL (Tegemoetkoming Vaste Lasten) af te trekken. De omzetdaling wordt vastgesteld door vergelijking van omzet tijdens de pandemie met een referentieperiode in 2019. Het nadeel wordt gelijk verdeeld tussen verhuurder en huurder.
De kantonrechter wijst een huurkorting toe van in totaal € 122.598,39, waardoor een deel van de gevorderde huurachterstand wordt verminderd tot € 19.534,39. De gevorderde boeterente wordt gematigd tot nihil vanwege de onvoorziene en uitzonderlijke situatie van de coronacrisis. Vergoeding van buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen wegens gebrek aan verzuim van [bedrijf A]. Proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Het vonnis is gewezen door mr. drs. E. van Schouten en uitgesproken op 28 januari 2022 te Rotterdam.