ECLI:NL:RBROT:2022:6556
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde bovenwoning met tuin en opslag in Rotterdam
Eiser betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van een bovenwoning met tuin en opslagruimte gelegen in Rotterdam, bouwjaar 1894, met een woonoppervlakte van 88 m², voor het belastingjaar 2021. Verweerder stelde de waarde vast op €242.000,- en wees het bezwaar van eiser af. Eiser stelde dat de onderhoudstoestand slecht is en dat de waarde niet hoger kan zijn dan €180.000,-.
De rechtbank overwoog dat de WOZ-waarde wordt bepaald op basis van de waardepeildatum 1 januari 2020 en dat de waarde moet worden vastgesteld alsof de onroerende zaak niet verhuurd is. Verweerder heeft een taxatierapport overgelegd waarin de waarde op €242.000,- is getaxeerd, gebaseerd op vergelijkingsobjecten die qua type, bouwjaar, ligging en woonoppervlakte goed vergelijkbaar zijn.
De rechtbank stelde vast dat verweerder rekening heeft gehouden met de slechte onderhoudstoestand door een factor '2' toe te kennen in het taxatierapport. De door eiser aangevoerde lagere waarde is onvoldoende onderbouwd. Ook de verwijzing naar eerdere WOZ-waarden is niet relevant omdat elke waardebepaling op zichzelf staat. De rechtbank concludeerde dat verweerder de bewijslast heeft voldaan en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €242.000,- is ongegrond verklaard.