De huurders hebben een woonruimte gehuurd tegen een maandelijkse huurprijs van €1.300,- die vooruitbetaald moet worden. Zij zijn in gebreke gebleven met de betaling, waardoor een huurachterstand is ontstaan van €5.700,- tot en met juli 2022.
De verhuurder vordert in kort geding ontruiming van het gehuurde, betaling van de achterstallige huur, betaling van de huur vanaf augustus 2022 tot ontruiming, en proceskosten. De huurders zijn niet verschenen en hebben geen verweer gevoerd, waardoor verstek is verleend.
De kantonrechter oordeelt dat de verhuurder een spoedeisend belang heeft en de vordering in een bodemprocedure waarschijnlijk zal worden toegewezen vanwege de aanzienlijke huurachterstand en het grillige betalingsgedrag van de huurders. Daarom wordt de ontruimingsvordering toegewezen met een termijn van veertien dagen voor ontruiming.
Ook wordt de betaling van de huurachterstand en de lopende huur vanaf augustus 2022 toegewezen, waarbij de huurders hoofdelijk aansprakelijk worden gehouden. De proceskosten worden eveneens aan de huurders opgelegd. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.