ECLI:NL:RBROT:2022:8601
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieverzoek wegens ernstige vermoedens gevaar openbare orde
Eiser diende op 29 maart 2021 een verzoek om naturalisatie in. Verweerder stelde een openbaar ordeonderzoek in en constateerde dat tegen eiser een strafzaak openstond wegens het vermoedelijk rijden onder invloed van alcohol. Op basis hiervan wees verweerder het verzoek af op grond van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN), vanwege ernstige vermoedens dat eiser een gevaar vormt voor de openbare orde.
Eiser voerde in beroep aan dat verweerder onrechtmatig handelde door zonder een strafrechterlijke veroordeling zijn verzoek af te wijzen en dat hij geen eerlijk proces had gehad. De rechtbank oordeelde dat het enkele bestaan van een openstaande strafzaak voldoende is voor ernstige vermoedens en dat dit niet in strijd is met de onschuldpresumptie. Verweerder heeft geen oordeel gegeven over schuld, maar slechts gewezen op de serieuze verdenking.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat het bestreden besluit in stand blijft. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter P. Vrolijk op 19 oktober 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het naturalisatieverzoek wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.