Stichting Havensteder vordert ontbinding van de huurovereenkomst met [gedaagde01] en ontruiming van de woning aan een adres te Rotterdam vanwege een aanzienlijke huurachterstand. Daarnaast eist zij betaling van achterstallige huur, lopende huur tot ontruiming, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten.
[gedaagde01] erkent de huurachterstand maar stelt dat gebreken aan de woning de reden waren om te stoppen met betalen. Havensteder betwist dit en toont aan dat zij tijdig onderhoud heeft verricht. De kantonrechter oordeelt dat het niet betalen van huur vanwege vermeende gebreken niet gerechtvaardigd is en dat de toezegging van [gedaagde01] om weer te betalen niet is nagekomen.
De kantonrechter wijst de vorderingen van Havensteder toe, waaronder de ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming binnen 14 dagen, betaling van achterstallige huur van €2.944,55, maandelijkse huur vanaf oktober 2022 tot ontruiming, incassokosten van €484,31 en wettelijke rente over €2.327,50. Tevens worden de proceskosten aan [gedaagde01] opgelegd. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.