ECLI:NL:RBROT:2023:10091
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum IVA-uitkering bij verslechterde gezondheid na eerdere WIA-toekenning
Eiseres, die sinds 2014 een WIA-uitkering ontvangt, betwist de ingangsdatum van haar IVA-uitkering die het UWV heeft vastgesteld op 8 februari 2022. Zij stelt dat haar klachten zijn ontstaan bij haar bevalling in 2011 en dat de uitkering met terugwerkende kracht moet ingaan, gebruikmakend van de hardheidsclausule in artikel 64, lid 11, van de Wet WIA.
Het UWV wijzigde aanvankelijk de uitkering per 1 augustus 2022, maar gaf in een gewijzigde beslissing op bezwaar de uitkering per 8 februari 2022. De rechtbank stelt vast dat er geen medische feiten of onderzoeken zijn die een eerdere ingangsdatum dan 8 februari 2022 ondersteunen. De verzekeringsarts concludeerde dat de diagnose pas op die datum medisch objectief kon worden vastgesteld en dat er geen sprake is van een bijzonder geval dat afwijking van de 52-wekenregel rechtvaardigt.
De rechtbank verklaart het beroep tegen de eerdere beslissing niet-ontvankelijk en het beroep tegen de latere beslissing ongegrond. Tevens veroordeelt zij het UWV tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak bevestigt dat de wettelijke termijn van 52 weken terugwerkende kracht strikt wordt toegepast, tenzij sprake is van een uitzonderlijk geval.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt dat de ingangsdatum van de IVA-uitkering terecht is vastgesteld op 8 februari 2022 en verklaart het beroep ongegrond.