Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[verweerster01] ,
1.De procedure
- het verzoekschrift (ontvangen op 26 juli 2023), met bijlagen;
- het verweerschrift waarin ook een (voorwaardelijk) tegenverzoek wordt gedaan, met bijlagen;
- de brief van [verweerster01] van 20 september 2023, met bijlagen;
- de brief van [verzoeker01] van 22 september 2023, met bijlage;
- de brief van [verweerster01] van 25 september 2023, met bijlage;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling op 28 september 2023.
3.Het geschil
- om een volledige financiële eindafrekening te verzorgen;
- tot het verstrekken van de urenregistratie van [verzoeker01] over de periode van 24 oktober 2022 tot en met 31 mei 2023, op straffe van een dwangsom;
- tot betaling van € 4.989,83 netto aan achterstallig loon over de periode van 24 oktober 2022 tot en met 31 mei 2023, te vermeerderen met de vakantietoeslag en vakantiedagen (te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW Pro) en te voorzien van deugdelijke bruto-/netto specificaties;
- tot betaling van de wettelijke rente vanaf het tijdstip van opeisbaarheid van de verzochte bedragen;
- in de proceskosten;
4.De beoordeling
5.De beslissing
- € 570,65 bruto aan transitievergoeding met de wettelijke rente vanaf de dag van opeisbaarheid tot aan de dag van volledige betaling;
- € 1.003,68 bruto aan aanzegvergoeding met de wettelijke rente vanaf de dag van opeisbaarheid tot aan de dag van volledige betaling;
- € 2.443,94 bruto aan achterstallig loon, te vermeerderen met de vakantietoeslag, de wettelijke rente vanaf de dag van opeisbaarheid tot aan de dag van volledige betaling en de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW Pro, tevens te voorzien van deugdelijke bruto-/netto specificaties;