ECLI:NL:RBROT:2023:10497
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vaststelling dagloon en WIA-uitkering
Eiseres ontvangt sinds april 2018 een WIA-uitkering en werkte daarnaast, waarna zij zich ziek meldde in maart 2019. Haar Ziektewet-uitkering eindigde per 5 maart 2021, waarna de WIA-uitkering werd herberekend. Verweerder stelde het dagloon en de uitkering vast op basis van het Dagloonbesluit, waarbij het SV-loon over het refertejaar door 261 dagen werd gedeeld.
Eiseres voerde aan dat het dagloon te laag was vastgesteld doordat dagen zonder dienstverband ten onrechte werden meegeteld, en stelde dat zij ongelijk werd behandeld ten opzichte van andere groepen zoals herintreders. Zij betoogde ook dat het Dagloonbesluit onevenredig is voor mensen die niet het hele jaar hebben gewerkt.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet voldoet aan de uitzonderingsregels in het Dagloonbesluit en dat de berekeningswijze conform de wettelijke bepalingen is toegepast. De rechtbank achtte het Dagloonbesluit een geschikt, noodzakelijk en proportioneel instrument en vond geen aanleiding om daarvan af te wijken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank wees tevens het bezwaar tegen de procedure af, aangezien het beroep ontvankelijk was verklaard en eiseres geen concrete onevenredigheid in haar specifieke situatie had aangetoond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de vaststelling van haar WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.