Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
inde referteperiode is genoten, maar het loon dat
overde referteperiode is genoten, in aanmerking wordt genomen. Naar het oordeel van de rechtbank biedt artikel 15 van Pro de ZW hiervoor ook ruimte, omdat in deze bepaling niet het begrip “genoten” wordt gehanteerd, maar het begrip “verdiende”. Het begrip “verdienen” is niet nader gedefinieerd en biedt aldus ruimte voor een uitleg die in overeenstemming is met de voorgestane toepassing van het dervingsbeginsel. Voor dit oordeel vindt de rechtbank ook steun in artikel 25, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, nu daarin een loontijdvak wordt gedefinieerd als het tijdvak waarover en niet waarin het loon wordt genoten. Een en ander heeft de rechtbank tot de conclusie geleid dat de dagloonvaststelling in strijd met artikel 15 van Pro de ZW heeft plaatsgevonden.
€ 462,22 aan loon over de referteperiode heeft verdiend. Ten aanzien van de gevolgen van dit nieuwe dagloon voor de inkomstenkorting heeft de rechtbank geoordeeld dat het Uwv hierover een nieuw besluit dient te nemen.
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep van betrokkene tegen het besluit van 18 maart 2016 ongegrond;
- wijst het verzoek om vergoeding van schade af.