Uitspraak
16.2389 WIA
OVERWEGINGEN
1 juni 2013 (Dagloonbesluit) is bepaald dat onder loon wordt verstaan loon in de zin van artikel 16 van Pro de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv), behoudens een aantal hier niet relevante uitzonderingen.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig inspecteur handhaving bij het UWV, maakte bezwaar tegen de berekening van zijn WIA-dagloon waarbij het voordeel van privégebruik van de auto van de zaak (fiscale bijtelling) niet werd meegerekend. Het UWV stelde dat het loonbegrip van vóór 1 januari 2013 geldt, omdat de referteperiode volledig vóór die datum ligt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat volgens de toen geldende wetgeving de fiscale bijtelling niet als loon werd beschouwd. In hoger beroep voerde appellant aan dat het privégebruik als loon in natura moet worden meegeteld, omdat het voordeel groter is dan het fiscale nadeel en dit beter aansluit bij de verzekeringsgedachte.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het Dagloonbesluit en de Wet financiering sociale verzekeringen het loonbegrip van vóór 2013 hanteren voor de referteperiode, waarbij de fiscale bijtelling expliciet is uitgezonderd. Het ontbreken van overgangsrecht bevestigt deze uitleg. Het beginsel dat het dagloon een redelijke afspiegeling van het welvaartsniveau moet zijn, biedt geen ruimte voor afwijking. De Raad bevestigt daarom de eerdere uitspraak en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De fiscale bijtelling voor privégebruik van de auto van de zaak wordt buiten beschouwing gelaten bij de vaststelling van het WIA-dagloon over een referteperiode vóór 2013.