Eiser heeft meerdere naheffingsaanslagen opgelegd gekregen voor het niet voldoen aan de parkeerbelasting in Rotterdam. De aanslagen betroffen telkens een bedrag van €69,10, waarvan €2,60 parkeerbelasting en €66,50 kosten naheffing. Eiser erkent dat de parkeerbelasting verschuldigd was, maar stelt dat de oorzaak lag in het abusievelijk niet activeren van het kenteken gekoppeld aan de parkeervergunning. Hij verzocht om matiging op grond van het evenredigheidsbeginsel.
De rechtbank overweegt dat het hier gaat om gebonden beschikkingen waarbij bij het optreden van een belastbaar feit de belasting verschuldigd is, ongeacht opzet of verwijtbaarheid. De rechtbank acht het voorstelbaar dat een reeks naheffingsaanslagen met één oorzaak tot een hoog totaalbedrag kan leiden, maar stelt vast dat die grens in deze zaak niet is bereikt. Verder kan de rechtbank de aanslagen niet toetsen aan het evenredigheidsbeginsel omdat dit neerkomt op een beoordeling van de innerlijke redelijkheid en billijkheid van de wetgeving, wat niet tot de taak van de rechter behoort.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter G.C.W. van der Feltz en griffier H. Tchang op 6 december 2023.